BSV voert namens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een aantal taken uit in het kader van de beheersing van geluidhinder langs rijkswegen en spoorwegen. Het gaat daarbij om het nemen van besluiten in het kader van de sanering van rijks- en spoorwegen op grond van hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer. Daarnaast behandelt BSV aanvragen om gewijzigde vaststelling van geluidproductieplafonds langs rijks- en spoorwegen.

Algemeen

Sinds 1 juli 2012 (inwerkingtreding hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer) zijn langs rijkswegen en hoofdspoorwegen geluidproductieplafonds van kracht.

Een geluidproductieplafond (gpp) is een norm voor de geluidproductie vanwege een rijksweg of spoorweg, die door de beheerder moet worden nageleefd. Voor rijkswegen is dat Rijkswaterstaat en voor de hoofdspoorwegen is dat ProRail.

In eerste instantie zijn de gpp’s voor de meeste wegen vastgesteld op de heersende waarde van het geluid plus een werkruimte van 1,5 dB. Voor rijkswegen was de peildatum 2008 en voor spoorwegen was dit de gemiddelde geluidproductie van 2006, 2007 en 2008. De werkruimte van 1,5 dB is ervoor bedoeld dat de wegbeheerder bij een geringe toename van de geluidproductie niet direct maatregelen hoeft te nemen. De beheerder wordt zo in staat gesteld kleine jaarlijkse wijzigingen in de verkeersintensiteiten op te vangen en tijdig het treffen van geluidbeperkende maatregelen voor te bereiden

Voor een kleiner aantal weg- en baanvakken zijn de plafonds gebaseerd op wegaanpassingsbesluiten of tracébesluiten. Omdat deze gpp’s  zijn gebaseerd op de een prognose van de verkeersintensiteiten is aan deze plafonds geen werkruimte toegevoegd.

Met ingang van 2024 is de Wet milieubeheer ingetrokken en is de Omgevingswet van kracht. Ook in deze wetgeving zijn geluidproductieplafonds als een omgevingswaarde opgenomen. 

Een geluidproductieplafond is geldig op een geluidreferentiepunt. Dat is een fictief punt op 4 meter boven het maaiveld langs een rijks- of spoorweg. De punten liggen ten hoogste 60 meter van het midden van de dichtstbijzijnde rijstrook of het dichtstbijzijnde spoor. De onderlinge afstand van de punten is maximaal 120 meter.

Een integraal onderdeel van een geluidproductieplafond zijn de bijbehorende brongegevens. Hiermee worden onder andere bedoeld de verkeersintensiteiten, type wegdek of spoorconstructies, snelheden en de aanwezigheid van geluidbeperkende maatregelen zoals geluidschermen.
De geluidproductieplafonds zijn in te zien op de website www.geluidgegevens.nl.
 

Sanering Rijksinfrastructuur

Op grond van de Wet milieubeheer zijn Rijkswaterstaat en ProRail verplicht om voor de wegen en spoorwegen in hun beheer saneringsplannen op te stellen. Deze saneringsplicht blijft onder overgangsrecht gelden zolang de sanering nog niet is afgerond.

Sinds 2012 hebben Rijkswaterstaat en ProRail voor alle daarvoor in aanmerking komende weg- en spoorgedeelten saneringsplannen opgesteld. Deze plannen en de besluiten waarmee deze plannen zijn vastgesteld kunt u op de pagina's  Saneringsplannen Rijkswegen en Saneringsplannen Spoorwegen inzien. De meeste plannen zijn onherroepelijk, maar tegen sommige plannen is een beroep aangetekend dat nog niet is afgehandeld.

In de saneringsplannen is opgenomen welke maatregelen in aanmerking komen om de geluidsbelasting bij saneringsobjecten terug te brengen tot de streefwaarde van 60 dB (wegen) of 65 dB (spoor).

Saneringsobjecten zijn geluidgevoelige gebouwen (meestal woningen) die een te hoge geluidsbelasting ondervinden. Er zijn drie categorieën saneringsobjecten (een woning kan tot meer dan één categorie behoren).

Categorie A: Woningen en andere geluidsgevoelige objecten die in het verleden, in het kader van de Wet geluidhinder, zijn aangemeld bij het bevoegd gezag als saneringswoning, die nog niet gesaneerd zijn en die een geluidsbelasting op de gevel bij volledig benut geluidproductieplafond hebben die hoger is dan 60 dB (wegen) of 65 dB (spoor).

Categorie B: Woningen waarop de geluidsbelasting op de gevel bij geheel benut geluidproductieplafond hoger is dan 65 dB (weg) of 70 dB (spoor)

Categorie C: Woningen waarbij de geluidsbelasting in de periode voor invoering van de geluidproductieplafonds met meer dan 5 dB is gegroeid. In praktijk moeten dit woningen zijn met een hogere geluidsbelasting op de gevel bij volledig benut geluidproductieplafond dan 55 dB (weg) of 60 dB (spoor), langs trajecten die zijn opgenomen in bijlage 4 bij het Besluit geluid milieubeheer. De saneringsstreefwaarde voor deze categorie kan lager zijn dan 60 dB (weg) of 65 dB (spoor).

In de plannen is opgenomen om welke woningen het gaat en welke geluidbeperkende maatregelen bij de woningen in aanmerking komen. In de besluiten op de saneringsplannen is aangegeven wanneer deze maatregelen uiterlijk moeten zijn uitgevoerd.

Voor de woningen waar de streefwaarde met geluidbeperkende maatregelen niet kan worden behaald geldt dat deze woningen in aanmerking komen voor een onderzoek naar het geluid binnen de woning. Als uit dit onderzoek blijkt dat de binnenwaarde niet aan de wettelijke norm voldoet, dan krijgt de eigenaar van de woning een aanbod om  de woning te laten isoleren.