Gemelde woningen

De sanering verkeerslawaai Wet geluidhinder heeft uitsluitend betrekking op geluidsgevoelige objecten (woningen, scholen en gezondheidscentra, in het vervolg ‘woningen’) die in 1986 al een te hoge geluidsbelasting ondervonden van een bestaande weg en die destijds door de gemeente bij de minister zijn aangemeld. Een woning kon alleen worden gemeld als de geluidsbelasting op de woning in 1986 hoger was dan 55 dB(A). Later is deze grens verhoogd naar 60 dB.
Gemeenten hadden tot 2005 de tijd om de betrokken woningen aan te melden. Als een woning door de gemeente niet als saneringssituatie is gemeld, komt de woning ook niet in aanmerking voor maatregelen en kan deze ook niet een saneringsprogramma worden opgenomen.

Saneringsprogramma

Voor de gemelde woningen moeten burgemeester en wethouders een saneringsprogramma opstellen. In een saneringsprogramma wordt bepaald welke maatregelen in aanmerking komen om de geluidsbelasting bij de gemelde woningen te beperken. Voor de sanering Wet geluidhinder is het streven de geluidsbelasting terug te brengen tot de waarde van 48 dB. Om een saneringsprogramma voor te bereiden, kunnen gemeenten een subsidie bij het Rijk aanvragen, een zogenaamde VBT-subsidie.

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht geworden. Vanaf dat moment is de Wet geluidhinder niet langer van kracht. Daarmee komt ook de sanering onder de Wet geluidhinder ten einde. Onder overgangsrecht wordt voor de woningen waarvoor de gemeente vóór 2024 een VBT-subsidie heeft ontvangen, de sanering nog afgerond.   

Aan een saneringsprogramma ligt een akoestisch onderzoek ten grondslag. In het akoestisch onderzoek wordt de geluidsbelasting op de woningen berekend. Bij deze berekening wordt rekening gehouden met de eventuele groei van het verkeer en de precieze omstandigheden van de woning. 
Ook wordt onderzocht welke geluidbeperkende maatregelen (stil wegdek, scherm) in aanmerking komen en wordt berekend wat het effect van de maatregelen op de geluidsbelasting kan zijn.

Burgemeester en wethouders leggen het (ontwerp)-saneringsprogramma ter inzage, zodat belanghebbenden een zienswijze kunnen indienen. Na verwerking van de zienswijzen stellen burgemeester en wethouders het programma definitief vast en dienen zij het in bij de minister van IenW.

Homa-besluit

De minister (ic BSV) beoordeelt het programma en neemt op grond van het programma een zogenaamd Homa-besluit. In dit besluit wordt vastgelegd welke maatregelen de gemeente moet treffen en wat de geluidsbelasting op de woningen na het treffen van deze maatregelen is.
Als het Homa-besluit door de minister is genomen, kan deze aan de gemeente een subsidie verlenen voor de uitvoering van de maatregelen.
Tegen het besluit van de minister kunnen belanghebbenden bezwaar aantekenen.

Uitvoering Saneringsprogramma

De gemeente zorgt ervoor dat de in het saneringsprogramma opgenomen maatregelen worden uitgevoerd. Voor de woningen waarvoor in het besluit een hogere waarde van de geluidsbelasting is vastgesteld hoger dan 60 dB, moet de gemeente onderzoeken of deze woningen in aanmerking komen voor het treffen van geluidwerende maatregelen aan de woning zelf (gevelisolatie). Een woning komt in aanmerking voor gevelisolatie als het geluid binnen de woning hoger is dan 43 dB. 
Een woning  heeft, tenzij er iets bijzonders aan de hand is, altijd een geluidwering van minimaal 17 dB, zodat pas vanaf 60 dB een onderzoek noodzakelijk is.
Deelname aan het onderzoek is vrijblijvend, net als het laten treffen van maatregelen. Als de eigenaar van de woning geen prijs stelt op onderzoek of maatregelen, kan de eigenaar daar vanaf zien. De woning komt dan op een later tijdstip niet alsnog voor maatregelen in aanmerking. Het aanbod van de gemeente is eenmalig.