De verantwoordelijkheid voor de sanering van woningen langs rijksinfrastructuur ligt bij de beheerder van de weg: Rijkswaterstaat voor rijkswegen en ProRail voor de spoorwegen.
Op grond van hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer moesten zowel Rijkswaterstaat als ProRail voor alle (spoor-)wegen die bij hen in beheer zijn en waarvoor een saneringsplicht van toepassing was, op uiterlijk 31 december 2023 een saneringsplan opstellen.
Vanaf 2017 zijn de eerste plannen opgesteld en is daar door de minister een besluit op genomen. De laatste plannen zijn eind 2023 ingediend en ook op deze plannen is een besluit genomen. De diverse saneringsplannen en besluiten kunt u op de pagina's Saneringsplannen Rijkswegen en Saneringsplannen Spoorwegen raadplegen.
In de besluiten is opgenomen wanneer de maatregelen uit het saneringsplan moeten zijn getroffen. Omdat het landelijk gezien om zeer veel maatregelen gaat en omdat Rijkswaterstaat en ProRail het treffen van maatregelen zoveel als mogelijk wil combineren met onderhoudswerkzaamheden, is een uitvoeringstermijn van 7 of 10 jaar van toepassing.
Nog niet alle besluiten zijn onherroepelijk, omdat tegen een aantal besluiten beroep is aangetekend.
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is de Wet milieubeheer komen te vervallen. De Wet milieubeheer blijft echter van toepassing op de (uitvoering van) de sanering.
De maatregelen die Rijkswaterstaat en ProRail in de saneringsplannen hebben opgenomen, zijn maatregelen aan de bron (tweelaags Zoab voor rijkswegen en raildempers voor spoorwegen) en geluidschermen. Als met deze maatregelen de geluidsbelasting op een woning nog te hoog blijft, komen deze woningen nog in aanmerking voor een onderzoek naar het geluid binnen de woning.
Als het geluid binnen de woning ook te hoog is, krijgt de eigenaar een aanbod voor het treffen van maatregelen aan de woning(gevelisolatie).