De sanering onder de Wet geluidhinder is alleen nog van toepassing op woningen in projecten waarvoor de gemeente in het verleden een zogenaamde vbt-subsidie heeft ontvangen. Dat is de subsidie waarmee een gemeente een saneringsprogramma kan opstellen en de uitvoering ervan kan begeleiden. 2023 was het laatste jaar waarin een gemeente een vbt-subsidie kon aanvragen.
Een gemeente kon uitsluitend een vbt-subsidie aanvragen voor woningen die zij in het verleden als bestaande situatie heeft aangemeld (link naar pagina 1.1.1). Als een gemelde woning niet is opgenomen in een aanvraag voor een vbt-subsidie, dan komt deze woning niet meer in aanmerking voor sanering onder de Wet geluidhinder. Het is wel mogelijk om in beperkte mate nog woningen toe te voegen aan een lopend project.
Proces in hoofdlijnen
Stap 1 - Van VBT-subsidie tot Saneringsprogramma
Het indienen van een aanvraag om een vbt-subsidie is niet meer mogelijk. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden geen nieuwe projecten meer gestart. Projecten waarvoor in het verleden een vbt-subsidie is verleend worden nog onder regime van de Wet geluidhinder afgemaakt.
Met een vbt-subsidie kunnen gemeenten een saneringsprogramma opstellen en de uitvoering van het programma begeleiden.
In een akoestisch onderzoek wordt de toekomstige geluidsbelasting van de saneringswoningen berekend en wordt onderzocht welke maatregelen in aanmerking komen. Bij voorkeur zijn dat geluidbeperkende maatregelen die de geluidsbelasting zoveel als mogelijk terugbrengen tot de streefwaarde van 48 dB. In het saneringsprogramma worden dus ook de toekomstige geluidsbelastingen na het treffen van maatregelen opgenomen.
De gemeente legt het akoestisch onderzoek en het concept-saneringsprogramma voor aan BSV die het beoordeelt. Beoordeeld wordt onder andere of:
- de woningen in het programma saneringswoningen zijn;
- de woningen niet eerder zijn gesaneerd;
- het akoestisch onderzoek volgens de regels is uitgevoerd;
- de voorgestelde maatregelen goed zijn gemotiveerd.
Eventuele verbeterpunten worden doorgegeven aan de gemeente. Als het programma, eventueel na aanpassing door de gemeente, is goedgekeurd door BSV, dan kan het programma (in ontwerp) worden vastgesteld.
Het ontwerp-saneringsprogramma moet door of namens B&W van de gemeente worden vastgesteld. Na de vaststelling maakt B&W het programma bekend en legt het gedurende zes weken ter inzage (afdeling 3.4 Awb). Tijdens deze termijn kunnen belanghebbenden zienswijzen indienen.
Na beoordeling van de eventuele zienswijzen en de eventuele verwerking daarvan in het saneringsprogramma kan het programma door of namens B&W definitief worden vastgesteld.
Stap 2 - Van Saneringsprogramma tot uitvoering
Het definitief vastgestelde saneringsprogramma wordt ingediend bij BSV. Tegelijk met de indiening kan de gemeente een subsidie aanvragen voor de uitvoering van de in het programma opgenomen maatregelen.
Voor het indienen van het programma en de subsidieaanvraag moet gebruik worden gemaakt van het formulier UK/S. Bij het formulier hoort een bijlage (op te vragen bij BSV) waarop de in het programma opgenomen woningen worden vermeld met de geluidsbelasting. In het geval een aanvraag wordt gedaan voor verkeersmaatregelen dient ook het formulier WBa te worden bijgevoegd.
Op basis van het saneringsprogramma neemt BSV namens de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat een besluit op grond van artikel 90 van de Wet geluidhinder waarmee de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidsbelasting en de maatregelen worden vastgesteld. Dit zogenaamde Homa-besluit is een voorwaarde voor het verlenen van een subsidie voor de maatregelen.
In de regel wordt gelijktijdig met het Homa-besluit de subsidie voor de uitvoering van de maatregelen verleend.
In het geval van verkeersmaatregelen of het aanbrengen van een geluidreducerend wegdek, zijn dat de maximale subsidiebedragen opgenomen in bijlage A bij de regeling.
In het geval van een geluidscherm is dat in eerste instantie een subsidie gebaseerd op de normbedragen opgenomen in Bijlage C bij de regeling. Later in het proces kan deze subsidie worden aangepast aan de werkelijke uitvoeringskosten van de maatregel (na aanbesteding).
In het geval van gevelmaatregelen wordt in de meeste gevallen op verzoek van de gemeente een subsidie verstrekt op basis van de normbedragen zoals opgenomen in Bijlage A onderdeel 7 van de Subsidieregeling. Deze bedragen horen bij de zogenaamde Facultatieve Procedure. De verlening wordt later in het proces aangepast aan de werkelijke kosten van de maatregelen.
In het geval van geluidschermen en/of gevelmaatregelen kan de gemeente ervoor kiezen pas een subsidie aan te vragen als er een bestek van de maatregelen is met bijbehorende kostenraming. In dat geval verleent BSV een subsidie op basis van deze kostenraming.
Tegelijk met de verlening van de uitvoeringskosten betaalt BSV een eerste voorschot aan de gemeente.
BSV vraagt de gemeente om met BSV af te stemmen wanneer het Homa-besluit kan worden bekendgemaakt. BSV draagt zorg voor publicatie in de Staatscourant, de gemeente voor de publicatie in een plaatselijk medium.
Na bekendmaking start de bezwaartermijn. Eventuele bezwaren tegen het Homa-besluit worden door BSV in overleg met de gemeente afgehandeld.
De gemeente werkt de te treffen maatregelen uit in een bestek.
Voor verkeersmaatregelen, stil wegdek en geluidscherm houdt dit in dat nader wordt onderzocht wat de techische randvoorwaarden zijn, hoe de maatregel wordt vormgegeven en wat de geraamde kosten zijn.
Voor gevelmaatregelen houdt dit in dat de woningen worden beoordeeld op de aanwezige geluidhinder. Voor woningen met een geluidsbelasting lager dan 63 dB kan worden volstaan met een schouwing aan de buitenzijde.
Zie hiervoor de Handreiking Schouwing.
Woningen met een hogere geluidsbelasting worden akoestisch-bouwkundig opgenomen om de geluidwering te bepalen en om vervolgens de noodzakelijke isolatiemaatregelen te ontwerpen. De noodzakelijke maatregelen worden opgenomen in het formulier GBa, waarmee de kostenraming volgens normbedragen wordt bepaald.
Als de maatregelen technisch verder zijn uitgewerkt legt de gemeente de uitkomst voor aan BSV. BSV controleert of de uitwerking conform de geldende regels is en of de maatregelen overeenkomen met wat in het saneringsprogramma en Homa-besluit is opgenomen.
Bij een akkoord kan BSV de verleende subsidie aanpassen aan de kostenraming en kan de gemeente starten met de aanbesteding.
In het geval de gemeente de facultatieve procedure volgt, zijn deze stap en de volgende twee stappen niet verplicht, maar wel aan te raden.
De gemeente besteed de maatregelen aan. Afhankelijk van de uitkomst legt de gemeente een voorstel tot gunning voor aan BSV. Als de laagste inschrijving niet hoger is dan de subsidieverlening plus 10%, is geen instemming van BSV benodigd. Is de laagste inschrijving wel hoger dan de verlening plus 10%, of indien de gemeente aan een andere inschrijving dan de laagste wil gunnen, is instemming van BSV wel benodigd.
Naar aanleiding van het gunningsvoorstel kan BSV de uitvoeringssubsidie aanpassen en een volgend voorschot verstrekken.
De uitbetaling van de subsidie is afhankelijk van de procedure. Wanneer de gemeente heeft gekozen voor de facultatieve procedure wordt de op normbedragen gebaseerde subsidie in één keer uitbetaald. De subsidie fungeert als een budget waarmee de gemeente de te treffen maatregelen kan bekostigen. Wanneer gekozen is voor een traditionele verlening wordt 25% van de subsidie tegelijk met de eerste verlening uitbetaald. Vervolgens worden voorschotten van achtereenvolgens 25%, 25% en 20% betaald, gelijk verdeeld over de perioden dat het project loopt. Tot aan de gunning wordt nooit meer dan in totaal 50% betaald.
De laatste 5% wordt betaald naar aanleiding van de gereedmelding en vaststelling van het project.
Stap 3 - Uitvoering en (financiële) afronding
Vanaf het moment dat BSV (indien nodig) heeft ingestemd met de gunning aan een aannemer, kan opdracht worden verleend en de uitvoering van de maatregelen beginnen. Mocht er tijdens de uitvoering meerwerk ontstaan als gevolg waarvan de kosten met meer dan 5% toenemen, dan dient u dat te melden zodat BSV de hoogte van de subsidie kan aanpassen.
Op het moment dat de uitvoering gereed is, meldt u dat met het formulier MA aan BSV. In het geval van gevelmaatregelen voegt u aan de melding een rapport toe van de uitgevoerde controlemeting(-en).
Naar aanleiding van de gereedmelding registreert BSV de met de subsidie gesaneerde woningen als ‘gereed’ in het woningbestand.
De uitgaven ten laste van een uitvoeringssubsidie moeten door de gemeente worden verantwoord via SiSa. Dat betekent dat de jaarlijkse kas-uitgaven worden opgenomen in de verantwoording van de gemeente aan het Rijk. Als de laatste uitgaven zijn gedaan, meldt u dat in de SiSa-verantwoording.
Naar aanleiding van de melding in SiSa dat een project financieel is afgerond, stelt BSV de subsidie vast. De vaststelling leidt tot een laatste betaling van de subsidie als meer is uitgegeven dan bevoorschot. Als er minder is uitgegeven wordt het niet uitgegeven bedrag teruggevorderd.