De subsidie verschilt per type maatregel. Het uitgangspunt is dat de werkelijke kosten van een maatregel voor subsidie in aanmerking komen. Voorwaarde is dat de maatregelen sober en doelmatig zijn en uitsluitend tot doel hebben het geluid te verminderen.
Het plaatsen van een geluidscherm en het aanbrengen van geluidsisolatie bij een woning komt in aanmerking voor subsidie ter grootte van de werkelijke kosten.
Voor maatregelen die ook een ander doel dienen dan uitsluitend het terugbrengen van de geluidsbelasting, zijn maximale subsidiebedragen van toepassing. Dat geldt voor het uitvoeren van verkeersmaatregelen die vaak tevens tot doel hebben de veiligheid te vergroten of waarvan de uitvoering wordt gecombineerd met groot onderhoud van de weg en voor het aanbrengen van stil wegdek dat tevens betrekking heeft op wegonderhoud.
Een overzicht van de diverse subsiebedragen vindt u hier (link naar download bijlage bij Ssv).
Stiller wegdek
Met een stiller wegdek wordt het geluid bij de bron aangepakt doordat een auto die over een stiller wegdek rijdt minder lawaai veroorzaakt dan een auto die over gewoon asfalt rijdt. Ten opzichte van gewoon asfalt (Dicht asfaltbeton) kan een stiller wegdek wel tot 3 dB geluidreductie opleveren.
Welk wegdek geschikt is in een bepaalde situatie is afhankelijk van onder meer de verkeersintensiteit en -snelheid, of er sprake is van doorgaand of wringend verkeer en de levensduur. Gedetailleerde informatie over de verschillende typen wegdekken is te vinden op www.silentroads.nl.
De subsidie voor een stiller wegdek is een vast bedrag dat alleen afhankelijk is van het te vervangen wegdekoppervlakte en de geluidreductie die het stiller wegdek oplevert. Hoe hoger de geluidreductie, hoe hoger de subsidie. De subsidiebedragen staan hier.
Een belangrijke voorwaarde voor subsidie is dat een maatregel doelmatig is (Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen). Het aanbrengen van een stiller wegdek is volgens deze regeling echter al snel doelmatig, zodat in de praktijk geen gedetailleerde afweging noodzakelijk is.
Verkeersmaatregelen
Het doel van verkeersmaatregelen is om de geluidemissie van het verkeer te verminderen.
Dit kan door maatregelen te treffen die de verkeersintensiteit verminderen, zoals het verkeer langs een alternatieve, minder overlast veroorzakende, route te leiden. Een goed voorbeeld hiervan zijn rondwegen die doorgaand verkeer door dichtbebouwde dorps- of stadskernen omleiden door gebieden met minder bebouwing. Maar ook maatregelen die bij eenzelfde hoeveelheid verkeer de emissie van geluid verminderen. Het verlagen van de maximumsnelheid is hiervan een voorbeeld.
Bij verkeersmaatregelen worden de werkelijke kosten vergoed, tot een maximaal bedrag, het zogenaamde rekenbedrag. Het rekenbedrag is afhankelijk van de hoogte van de geluidsbelasting, het aantal woningen dat profiteert van de maatregel en van de hoogte van de geluidsreductie. Het rekenbedrag volgt uit tabellen 1a, 1b en 1c van Bijlage A: rekenbedragen. U vindt deze bedragen hier.
Enkele aandachtspunten
Alleen de kosten die direct te herleiden zijn tot het terugdringen van de geluidhinder zijn subsidiabel. Subsidiabel zijn bijvoorbeeld: de kosten van het verkeersluw inrichten van een weg en de aansluitingen op een alternatieve route (bijvoorbeeld een rondweg). Niet subsidiabel zijn bijvoorbeeld de kosten van het aanleggen van de alternatieve route zelf.
In veel gevallen is het subsidiebedrag voor verkeersmaatregelen niet toereikend om alle kosten te dekken. Dit komt omdat verkeersmaatregelen vaak ook een andere aanleiding hebben dan alleen het terugdringen van de geluidhinder. De aanleiding voor verkeersmaatregelen is vaak verkeerskundig.
Wanneer u stil wegdek aanbrengt in combinatie met verkeersmaatregelen, dan worden deze als twee afzonderlijke maatregelen behandeld. Bij de bepaling van het rekenbedrag voor de verkeersmaatregelen mag u dan wel uitgaan van de geluidbelasting zonder dat het stil wegdek is aangebracht.
Geluidschermen
Wanneer bronmaatregelen niet mogelijk zijn of een te gering effect hebben, zijn geluidsschermen de volgende mogelijkheid voor het wegnemen van geluidhinder. Of een scherm daadwerkelijk een goede oplossing biedt is sterk afhankelijk van de situatie: het aantal woningen, de geluidbelasting, de beschikbare ruimte. In de praktijk worden geluidschermen vooral langs rijks- en spoorwegen opgericht, soms langs provinciale wegen en in uitzonderingsgevallen langs gemeentelijke wegen.
In veel gevallen zullen er bezwaren van landschappelijke of stedenbouwkundige aard zijn, of is het vanuit verkeers- of veiligheidsoverwegingen niet mogelijk een geluidscherm te plaatsen.
Geluidschermen komen in aanmerking voor een subsidie ter hoogte van de werkelijke kosten, zolang deze kosten niet meer dan 10% hoger zijn dan de gemiddelde kosten van de in de praktijk gangbare geluidschermen. Deze gemiddelde kosten zijn opgenomen in bijlage C bij de Subsidieregeling.
Gevelisolatie algemeen
Als er geen bron- of overdrachtsmaatregelen kunnen worden getroffen of wanneer deze met deze maatregelen de streefwaarde van 48 dB niet wordt bereikt, moet worden onderzocht of het geluid binnen de woning niet hoger is dan 43 dB.
Als dit uit onderzoek blijkt, dan komt de woning in aanmerking voor het aanbrengen van gevelisolatie. Dat houdt in dat geluidwerende voorzieningen zoals akoestisch isolerend glas, extra kierdichting en/of geluidgedempte ventilatie worden aangebracht.
Deze maatregelen komen in aanmerking voor een subsidie ter hoogte van de werkelijke kosten. Een belangrijke voorwaarde daarbij is dat de maatregelen doelmatig en sober zijn. Dat wil zeggen dat de maatregelen leiden tot een geluid binnen de woning van 38 dB en dat de kosten van de maatregelen in goede verhouding staan tot het effect daarvan en niet vanwege andere doeleinden worden getroffen. Zo komt het vervangen van kozijnen niet voor subsidie in aanmerking als dat voor het aanbrengen van het akoestisch glas niet noodzakelijk is. Ook het verhelpen van eventueel achterstallig onderhoud is niet subsidiabel.
Ook mogen de kosten niet te hoog zijn in vergelijking met de in de subsdieregeling opgenomen toetsbedragen. Deze toetsbedragen dienen als een kostenraming en als toetsing van een aanbieding van een aannemer. U vindt de toetsbedragen hier.
Om een gevelisolatieproject tot een goed einde te brengen is medewerking van de bewoners nodig. Op deze pagina kunt u alles lezen over de te volgen procedure (hoofdstuk 6 besluit geluidhinder).
Een ruimte in een woning komt alleen in aanmerking voor maatregelen als deze ruimte als geluidgevoelig kan worden aangemerkt. Dat zijn woonkamers, keukens groter dan 11m2 en ruimten die in gebruik zijn als slaapkamer of die als zodanig zijn te gebruiken. Deze ruimten moeten wel aan een aantal eisen voldoen. Die eisen komen voort uit het bouwbesluit en hebben te maken met veiligheid, gebruik en bereikbaarheid van de ruimte. U vindt de eisen hier.
De subsidie voor gevelmaatregelen kan op twee manieren worden verleend. Via de reguliere procedure en via de facultatieve procedure.
a. Gevelisolatie reguliere procedure
De reguliere procedure houdt in dat een gemeente een subsidie aanvraagt op het moment dat duidelijk is aan welke woningen welke maatregelen moeten worden getroffen. De bouwkundig-akoestische onderzoeken zijn uitgevoerd, er is een maatregelbestek met kostenraming en er is duidelijk welke eigenaren interesse hebben in het aanbod dat de gemeente heeft gedaan of nog gaat doen. De subsidie wordt in dit geval gebaseerd op de kostenraming zoals die is opgesteld aan de hand van de toetsbedragen.
b. Gevelisolatie facultatieve procedure
Sinds enige jaren is in de subsidieregeling de zogenaamde “Facultatieve Procedure” opgenomen (artikel 35b en 35c van de Subsidieregeling). Deze procedure houdt in dat de gemeente tegelijk met het indienen van een saneringsprogramma een subsidie voor de uitvoeringskosten van gevelmaatregelen aanvraagt. BSV verleent dan de subsidie op basis van normbedragen, de gemeente bereidt het project verder voor en voert het uit. Na uitvoering meldt de gemeente het project gereed en stelt BSV de subsidie vast op basis van de werkelijke kosten van de uitvoering.
Het voordeel van deze procedure is dat de gemeente geen aparte aanvraag voor een subsidie voor uitvoeringskosten hoeft in te dienen en dat zij de voorbereiding volgens eigen planning kan uitvoeren, zonder afhankelijk te zijn van de termijnen die BSV nodig heeft om de subsidieaanvraag en bijbehorende stukken te beoordelen.
Het nadeel van deze procedure is echter dat een gemeente het risico loopt dat, indien naar aanleiding van de verantwoording blijkt dat de uitvoering niet conform de regeling is verlopen, een deel van het subsidiebedrag moet worden teruggevorderd.
Om dit risico te verminderen is het mogelijk dat u tussentijds de resultaten van de voorbereiding van het project aan ons voorlegt. Een logisch moment daarvoor is voorafgaand aan de aanbesteding van het project. U bent dan nog geen verplichtingen aangegaan. BSV beoordeelt uw stukken en past zo nodig naar aanleiding daarvan de subsidie aan, waarna u verder kunt met de uitvoering van het project. Als u op een ander moment in het proces stukken aan BSV wilt voorleggen, dan kan dat ook, maar onze voorkeur gaat ernaar uit dat we een woning maar één keer hoeven te beoordelen. Dus graag toetsingsberekeningen en maatregelvoorstellen tegelijk indienen.
U kunt gebruik maken van deze procedure als voor uw project al een ten hoogste toelaatbare waarde en maatregelbeschikking is afgegeven. Op grond van deze beschikking is het Rijk immers verplicht de uitvoeringskosten van de in de beschikking opgenomen maatregelen te vergoeden.
In stappen verloopt het proces dan als volgt.
- U heeft een ten hoogste toelaatbare waarde en maatregelbeschikking van BSV gekregen waarvoor u nog geen aanvraag om een subsidie voor uitvoeringskosten hebt ingediend.
- U dient een aanvraag in door een UK/S-formulier in te vullen en daarop aan te geven dat u de facultatieve procedure wilt volgen. Meer stukken zijn niet noodzakelijk.
- BSV verleent u een subsidie op basis van een normbedrag per woning (Subsidieregeling bijlage A, paragraaf 7).
- U bereidt het project verder voor en legt op enig moment het voorbereidingsresultaat aan BSV voor. Idealiter is dat het moment dat u nog geen verplichtingen bent aangegaan maar de (financiële) omvang van het project wel zo goed mogelijk bekend is.
- BSV toetst uw stukken en past de subsidieverlening zo nodig aan.
- U voert het project uit, meldt het gereed en verantwoordt via SiSa.
- BSV stelt subsidie vast op de werkelijk gemaakte kosten.
Onttrekking aan de bestemming
In sommige gevallen kan het onttrekken van een pand aan de woonbestemming, of de sloop van een woning een goede oplossing zijn van een geluidhindersituatie. Wanneer de geluidbelasting hoger is dan 68 dB (wegverkeerslawaai) moet deze optie zelfs eerst overwogen zijn voordat gevelisolatie kan worden toegepast.
De beschikbare subsidie voor het ‘amoveren’ van een woning afhankelijk van de geluidbelasting. De maximale subsidie bedraagt XXX per woning. De subsidiebedragen zijn te vinden in Bijlage A: rekenbedragen , onderdeel 4 en 5 van de Ssv.