Verlaagde vaststelling Geluidproductieplafonds Spoorwegen
De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat maakt bekend dat zij met toepassing van artikel 2.15, tweede lid, aanhef en onder b van de Omgevingswet heeft besloten om geluidproductieplafonds, gelegen langs spoorgedeelten in heel Nederland, als omgevingswaarde verlaagd vast te stellen. Het besluit is op 14 april 2026 genomen en heeft als kenmerk IenW/BSK‑2026/21044.
Het ontwerpbesluit is donderdag 30 oktober 2025 bekendgemaakt in de Staatscourant en in de landelijke dagbladen het AD en de Telegraaf. Op vrijdag 31 oktober 2025 is het besluit eveneens in de Volkskrant gepubliceerd. Op het ontwerpbesluit zijn 15 zienswijzen ingediend.
Het definitieve besluit is donderdag 30 april 2026 bekendgemaakt in de Staatscourant en in de landelijke dagbladen het AD, de Telegraaf en de Volkskrant. Het definitieve besluit bevat enkele wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbesluit, onder andere voortkomend uit de ingediende zienswijzen.
Inhoud van het besluit
De geldende geluidnormen voor hoofdspoorwegen zijn als omgevingswaarde vastgelegd in geluidproductieplafonds op langs de hoofdspoorwegen gelegen virtuele geluidreferentiepunten. De geluidproductieplafonds zijn vastgelegd in het geluidregister dat is in te zien op www.geluidgegevens.nl.
Op 25 juni 2024 heeft de minister het actieplan omgevingslawaai hoofdspoorwegen 2024-2029 vastgesteld. Het actieplan bevat de resultaten van een onderzoek naar de geluidruimte op het spoor. De geluidruimte is de ruimte tussen de hoogte van het geluidproductieplafond en de daadwerkelijke geluidproductie van het treinverkeer. Gebaseerd op deze resultaten heeft vervolgonderzoek plaatsgevonden. Uit dit onderzoek blijkt dat er genoeg geluidruimte beschikbaar is om op een groot aantal referentiepunten het geluidproductieplafond verlaagd vast te stellen. De geluidruimte is met name ontstaan door de instroom van stillere treinen.
Een belangrijke reden voor de verlaagde vaststelling is dat gemeenten, als het gaat om de bouw van geluidsgevoelige objecten langs hoofdspoorwegen, verplicht zijn uit te gaan van de geluidbrongegevens waarop de vigerende geluidproductieplafonds zijn gebaseerd.
Met het ontwerpbesluit van 21 oktober 2025 heb ik het voornemen tot een grootschalige verlaging van geluidproductieplafonds langs hoofdspoorwegen bekend gemaakt. Op het voornemen zijn zienswijzen ingebracht waarvan er enkele hebben geleid tot aanpassing van het ontwerpbesluit. In de Nota van Antwoord bij het besluit is van alle ingediende zienswijzen aangegeven of deze tot aanpassing van het ontwerpbesluit hebben geleid. Daarnaast zijn er correcties ten opzichte van het ontwerpbesluit aangebracht. De aanpassingen zijn opgenomen in het rapport “Landelijke gpp‑verlaging 2026” van ProRail, met datum 26 maart 2026.
Uit het onderzoek blijkt dat 26.282 geluidproductieplafonds gelegen langs spoortrajecten door heel Nederland, kunnen worden verlaagd. Op onderstaande afbeelding zijn de spoorgedeelten waar de geluidproductieplafonds worden verlaagd in groen weergegeven. De gemiddelde verlaging bedraagt 2,9 dB. In het besluit is een overzicht opgenomen van de verlaagd vast te stellen geluidproductieplafonds.

Conform artikel 10.42a van het Omgevingsbesluit Omgevingswet worden de geluidbrongegevens waarop dit besluit is gebaseerd, en het geluidaandachtsgebied dat uit de nieuwe geluidbrongegevens volgt, binnen vier weken na deze bekendmaking gepubliceerd in de Centrale Voorziening Geluidgegevens.
Vooruitlopend daarop kunnen gemeenten de brongegevens behorende bij dit besluit opvragen, om met die gegevens een gemeentelijk besluit over het toelaten van woningen of het uitwerken van de vereiste gevelisolatie voor reeds toegelaten woningen voor te bereiden. Dit verzoek kan worden gedaan door een e-mail te sturen naar gpp-loket@prorail.nl onder vermelding van de gemeente die het betreft.
Inzage (termijn loopt tot en met 11 juni 2026)
Het besluit met bijbehorende stukken ligt vanaf de eerste werkdag na bekendmaking in de Staatscourant op donderdag 30 april 2026, zes weken ter inzage bij het Bureau Sanering Verkeerslawaai (Steinhagenseweg 2d te Woerden) gedurende werkdagen van 8.30 uur tot 17.00 uur. Mocht u van deze mogelijkheid gebruik willen maken, dan dient u vooraf telefonisch contact op te nemen met Bureau Sanering Verkeerslawaai (0348-487 450).
Rechtsmiddelen (termijn loopt tot en met 11 juni 2026)
Binnen zes weken na de dag van de terinzagelegging van dit besluit kunnen belanghebbenden beroep instellen bij de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het beroepschrift dient te zijn ondertekend en tenminste het volgende te bevatten:
- naam en adres van de indiener;
- de dagtekening;
- een omschrijving van het besluit waartegen het beroepschrift zich richt;
- een opgave van redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen;
- zo mogelijk een afschrift van het besluit waartegen het beroep zich richt.
Voor de behandeling van een beroepschrift wordt een bedrag aan griffierecht geheven.
Het niet voldoen aan deze eisen kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het beroepschrift.

Voor het verkrijgen van nadere inlichtingen over het besluit kunt u zich tijdens kantooruren wenden tot Bureau Sanering Verkeerslawaai, te bereiken op 0348 – 487 450
De viewer Landelijke gpp-verlaging spoor is via deze link in te zien.
Meer informatie over de (hoogte van) geluidproductieplafonds voor spoorwegen is hier te vinden:Â Geluidregister spoorwegen.
